HR kennis
Home » HR kennis » 8. Gezondheidsmanagement » Dossiers » Persoonlijke Beschermingsmiddelen
Persoonlijke Beschermingsmiddelen



Werkgevers dienen hun werknemers te voorzien van PBM's in geval andere maatregelen het werk niet voldoende veilig of gezond maken. Er gelden voor PBM's echter gebruiksregels die door de Europese Raad zijn vastgelegd (deze zijn terug te vinden in het arbeidsomstandighedenbesluit). Deze hebben zowel betrekking op het product als op het gebruik van het product. In dit dossier behandelen we alles wat u moet weten over het gebruik/laten gebruiken van PBM's.

Definitie: Een Persoonlijk Beschermingsmiddel is elke uitrusting die een werknemer draagt of vasthoudt om hem of haar te beschermen tegen een of meer risico's die zijn of haar veiligheid of gezondheid op het werk kunnen bedreigen.

Werkkleding en uitrusting van EHBO, politie, militairen, sportuitrustingen en zelfverdedigings- of afschrikkingsmateriaal vallen niet onder de richtlijn. PBM's beschermen ondermeer tegen:

  • mechanische invloeden, bijvoorbeeld tegen spijkers uit een schiethamer;
  • elektriciteit, bijvoorbeeld elektrische laagspanning;
  • thermische invloeden, bijvoorbeeld koude of warmte; 
  • chemische invloeden, bijvoorbeeld gas of rook;
  • stralingsinvloeden, bijvoorbeeld ultraviolette straling; 
  • lawaai, bijvoorbeeld harde geluidsstoten;
  • trillingen, bijvoorbeeld mechanische trillingen;
  • besmettingen, bijvoorbeeld door radioactieve stoffen;
  • microbiologische invloeden, bijvoorbeeld ziekmakende bacteriën.

Wanneer moet de werkgever PBM aanschaffen?

PBM zijn een relatief makkelijke manier van beschermen, maar mogen pas in laatste instantie worden toegepast. Allereerst moet de werkgever door middel van een risico inventarisatie en evaluatie nagaan waar mogelijke onveiligheden zitten. Hij gaat dan na of de risico's voor de gezondheid van de medewerkers kan worden vermeden of beperkt door andere maatregelen. Hierbij valt te denken aan het aanpassen van het productieproces of het vervangen van verouderde apparatuur.

Wanneer dit niet mogelijk blijkt moeten collectieve voorzieningen worden getroffen, zoals isolatie van geluid. Wanneer dat niet kan moet de werkgever in specifieke gevallen gaan kijken. Dus bijvoorbeeld de werknemer het werk laten uitvoeren in een andere ruimte dan waar de lawaaierige machine staat.

In laatste instantie worden dus de PBM toegepast. Deze zijn in principe persoonsgebonden en worden gratis ter beschikking gesteld.

Voorwaarden waaraan PBM moeten voldoen:

De PBM moeten: 

  • bescherming bieden zonder dat de middelen zelf of het gebruik ervan nieuwe risico's veroorzaken;
  • bruikbaar zijn binnen de bestaande omstandigheden op de werkplek;
  • goed hanteerbaar zijn voor de werknemer en passend zijn (afgestemd op de drager); 
  • voorzien zijn van het CE-merk;
  • voorzien zijn van een duidelijke gebruiksaanwijzing; 
  • voldoen aan de eisen uit het Warenwetbesluit.

Verplichtingen werkgever

De werkgever moet het gebruik van PBM coördineren en controleren. Dit doet hij door een programma voor PBM op te stellen. In dit programma werkt hij systematisch uit wat de uitgangspunten zijn, wie eindverantwoordelijk is, met welke frequentie en door wie het programma wordt geëvalueerd en, tot slot, wie voor welke activiteiten verantwoordelijk is en wie de activiteiten uitvoert.

1. Definiëring van de risico's en selectie

Met behulp van de arbodienst doet de werkgever een risico-inventarisatie en -beoordeling en selecteert aan de hand daarvan welke PBM doelmatig en passend zijn voor de werknemers.

2. Goede voorlichting en instructie

De werknemers moeten worden ingelicht over het gebruik en het nut van de PBM. Ze moeten gemotiveerd zijn om de middelen te gebruiken. De werkgever zorgt ervoor dat de gebruikers goede voorlichting krijgen en eventueel terugkerende instructies. Ook kan een training of cursus tot de mogelijkheden behoren.

3. Goede middelen, afgestemd op de personen

Uiteraard stelt de werkgever goede en passende middelen ter beschikking. De werknemers moeten betrokken worden bij de uiteindelijke keuze van de middelen.

4. Goede controle op het gebruik

De werkgever ziet erop toe dat de middelen op een goede manier (volgens de instructies) worden gebruikt.

5. Goed onderhoud

Het PBM moet goed worden onderhouden en opgeborgen. Indien nodig zorgt de werkgever voor onderhoud en reparatie van de middelen. De werknemer zorgt zelf voor het schoonhouden van de middelen.

6. Werkplekken markeren

Op de plaatsen waar gewerkt moet worden met PBM worden door de werkgever markeringen geplaatst waaruit blijkt dat op die werkplekken PBM gedragen moeten worden (door middel van borden etc.) Deze plekken mogen zonder PBM niet worden betreden.

7. Regelmatige evaluatie van het gebruik van persoonlijke middelen

Het gebruik van PBM moet regelmatig worden geëvalueerd. Dit om verschillende redenen. De PBM moeten goed hanteerbaar zijn door de gebruiker. Eveneens kan het voorkomen dat de PBM niet voldoende bescherming bieden, of dat de gebruiker de PBM als (psychische) belasting ervaart. In dat geval kan een terugkerend geneeskundig onderzoek in het kader van PBM gebruikt worden.

Verplichtingen werknemer

De werknemer moet de aanwijzingen van de werkgever omtrent het dragen van PBM opvolgen. Wil een werknemer geen PBM dragen, maar is dit wel vereist voor de werkzaamheden? Dan kan de werkgever een reglement opstellen waarin verplicht wordt om PBM te dragen. Wanneer de werknemer de reglementen overtreedt, kunnen er boetes of schorsingen volgen.


Links

Wetgeving:
- Arbeidsomstandighedenwet (1998) <



Aan items binnen HRnetwerk.nl kunnen geen enkele rechten worden ontleend. Gebruik is op eigen risico, HRnetwerk.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik. Niet bestemd voor commercieel gebruik.


Stuur door       Afdrukken       Toevoegen       Wijzigen
0 reactie(s)
Geen gegevens.

Reageer
Naam:
E-mail:
Reactie:
    =  

« Terug
Sociale Media
    
    
    
HR kennis - Zoek opties