HR kennis
Home » HR kennis » 11. Communicatie » Dossiers » De 10 meest gestelde vragen over vakantie
De 10 meest gestelde vragen over vakantie

Deze folder gaat over vakantiedagen en de daarop van toepassing zijnde vakantieregeling, zoals geregeld in het gedeelte van het Burgerlijk Wetboek dat over de arbeidsovereenkomst handelt (boek 7). Andere verlofvormen, zoals zwangerschaps- en bevallingsverlof, calamiteiten- en ander kortverzuimverlof en kortdurend zorgverlof, worden in de later te verschijnen folder over de Wet Arbeid en Zorg behandeld.


De volgende 10 vragen worden in deze folder besproken:


1. Wat is vakantie?
2. Op hoeveel vakantiedagen heeft een werknemer jaarlijks recht?
3. Bouwt een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemer ook vakantiedagen op?
4. Hoe worden vakantiedagen vastgesteld?
5. Mag de werkgever het vastgestelde tijdvak van de vakantie eenzijdig wijzigen?
6. Is het mogelijk om vakantie van een bepaald jaar mee te nemen naar de daarop volgende jaren en hoe blijven ze geldig?
7. Is het beding waarin staat dat je vakantiedagen niet mag oppotten rechtsgeldig?
8. Mogen vakantie- en/of verlofdagen worden uitbetaald of worden verrekend?
9. Wat gebeurt er als een werknemer tijdens zijn vakantie of verlof ziek wordt?
10. Kan de werkgever ziektedagen van een werknemer eenzijdig aanmerken als vakantiedagen?



1. Wat is vakantie?


Hoewel het begrip “vakantie” niet in de wet wordt gedefinieerd, wordt onder vakantie in het algemeen verstaan: een vrijstelling van werkzaamheden met behoud van loon.
Vakantie is bedoeld om de werknemer de gelegenheid te geven om gedurende een periode van betaald verlof uit te rusten van het werk. Dit wordt de “recuperatiefunctie” van vakantie genoemd.
De wetgever heeft een regeling over vakantie in het 7e boek van het Burgerlijk Wetboek opgenomen (artikel 7:634 BW e.v.). De regeling is ten dele dwingend. Van andere delen mag je afwijken. Soms alleen bij CAO, maar soms ook in de individuele arbeidsovereenkomst.
Niet als vakantiedagen worden beschouwd: zondagen, algemeen erkende feestdagen, roostervrije dagen en ATV-dagen. De wettelijke vakantieregeling (artikel 7:634 e.v.) is niet van toepassing op deze dagen.

 

2. Op hoeveel vakantiedagen heeft een werknemer jaarlijks recht?


Het aantal vakantiedagen waarop de werknemer over 1 jaar minimaal recht heeft, bedraagt 4 maal de overeengekomen arbeidsduur per week (artikel 7:634 BW) Bij een vijfdaagse werkweek (van 8 uren per dag, 40 uren per week), heeft de werknemer dus minimaal recht op (4 x 40 = 160 uren) 20 volledige vakantiedagen per jaar.


Van dit minimumaantal mag niet ten nadele van de werknemer afgeweken worden. De dagen worden ook wel de wettelijke of minimum vakantiedagen genoemd. Er mag natuurlijk wel ten voordele van de werknemer afgeweken worden, hetgeen ook vaak gebeurt. Deze extra vakantiedagen worden bovenwettelijke vakantiedagen genoemd.


Op grond van de wet geldt dat een werknemer in beginsel alleen vakantiedagen opbouwt over de dagen waarop hij ook recht op loon heeft. De opbouw van het minimum aan vakantieaanspraken is dus gebaseerd op het bestaan van de arbeidsovereenkomst, alsmede op het recht op loon. Niet van belang is of de werknemer feitelijk arbeid heeft verricht. Wanneer een werknemer bijvoorbeeld vakantie geniet, bouwt hij tijdens deze vakantie (tijdens vakantie is er recht op loon) ook vakantierechten op. Ook wanneer een werknemer op non-actief is gesteld met behoud van loon gaat de opbouw van vakantiedagen gewoon door. Bestaat er geen aanspraak op loon, bijvoorbeeld ingeval van ongeoorloofd werkverzuim of onbetaald verlof, dan wordt geen vakantieaanspraak opgebouwd.


Op deze hoofdregel (géén aanspraak op loon betekent geen opbouw van vakantiedagen) maakt de wet (in artikel 7:635 BW) een aantal uitzonderingen. Zo bouwt een werkneemster tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof, ondanks het ontbreken van het recht op loon, toch aanspraak op vakantie op.

 

3.Bouwt een (gedeeltelijk) arbeids-ongeschikte werknemer ook vakantiedagen op?


Ja, vanaf 1 januari 2012 maken alle werknemers (ziek en gezond) aanspraak op vier maal de volledige arbeidsduur per week; bij een volledig dienstverband dus 4x5=20 dagen per jaar. Voor 1 januari 2012 bouwden zieke werknemers alleen vakantiedagen op gedurende de laatste 6 maanden van hun arbeidsongeschiktheid. Dat is dus veranderd. De achterliggende idee is dat zieke werknemers moeten re-integreren. Indien zij gedurende die re-integratie vakantie willen genieten, zullen zij daarvoor vakantiedagen moeten opnemen.

 

4. Hoe worden vakantiedagen vastgesteld?


Allereerst bepaalt artikel 7:638 BW dat de werknemer ieder jaar in de gelegenheid gesteld moet worden het minimum aantal vakantiedagen op te nemen (vanwege de recuperatiefunctie). Verder wordt bepaald dat vakantiedagen kunnen worden vastgesteld op een wijze zoals vastgesteld bij schriftelijke overeenkomst, cao of de wet.


Is het voor een onderneming van belang dat de werknemers in een bepaalde periode vakantie opnemen, dan doet de werkgever er verstandig aan daarover schriftelijke afspraken te maken. Ontbreken dergelijke afspraken en is in de vaststelling niet voorzien bij CAO, dan moet de werkgever zich bij de vaststelling van de vakantie richten naar de wensen van de werknemer. Vaststelling in afwijking van de wensen is op grond van artikel 7:638 BW slechts toegestaan, indien gewichtige redenen zich tegen goedkeuring daarvan verzetten.
Kortom, de wettelijke regel is:


1. De werknemer laat zijn wensen voor het opnemen van vakantie aan de werkgever weten. Dit kan schriftelijk, maar het is geen vereiste. Maar let op: indien hij dit wel schriftelijk doet, dan dient de werkgever binnen 2 weken schriftelijk te reageren. Laat de werkgever dit na, dan wordt de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer!


2. De werkgever zal bekijken of er gewichtige redenen zijn die zich tegen het verzoek van de werknemer verzetten. Van een gewichtige reden is sprake wanneer het inwilligen van een verzoek om vakantie tot een ernstige verstoring van de bedrijfsvoering leidt.


3. Wanneer er geen gewichtige redenen zijn, stelt de werkgever de vakantie vast in overeenstemming met de wensen van de werknemer.

Wanneer er wel gewichtige redenen zijn, moet de werkgever zich houden aan een paar regels bij de vaststelling van de vakantie:


a. De vaststelling van de vakantie moet zo plaatsvinden dat de werknemer, als hij dat wil, twee opeenvolgende weken vakantie heeft of tweemaal een week, voorzover hij over voldoende vakantiedagen beschikt.


b. De werkgever moet de vakantie tijdig vaststellen, zodat de werknemer alle gelegenheid heeft om voorbereidingen voor de besteding van de vakantie te treffen.

 

5. Mag de werkgever het vastgestelde tijdvak van de vakantie eenzijdig wijzigen?


Dat is beperkt mogelijk. Als een vakantieperiode eenmaal is vastgesteld, kan de werkgever volgens artikel 7:638 lid 5 BW de vastgestelde vakantie alleen wijzigen, na overleg met de werknemer, wanneer daarvoor gewichtige redenen zijn.


Bij gewichtige redenen kan er gedacht worden aan plotselinge drukte in het bedrijf als gevolg van een stroom van spoedorders of onmisbaarheid van de werknemer in verband met de plotselinge ziekte van zijn enige plaatsvervanger. De schade welke de werknemer ten gevolge van de wijziging lijdt, dient door de werkgever vergoed te worden.

 

6.
Is het mogelijk Is het mogelijk om vakantie van een bepaald jaar mee te nemen naar de daarop volgende jaren en hoe lang blijven ze geldig?


Dat is beperkt mogelijk. Werknemers zijn niet wettelijk verplicht alle jaarlijks opgebouwde vakantiedagen ook daadwerkelijk in dat zelfde jaar op te nemen. Zoals gezegd, bepaalt artikel 7:638 BW wel dat de werknemer ieder jaar in de gelegenheid gesteld moet worden het minimum aantal vakantiedagen op te nemen (vanwege de recuperatiefunctie). Uit rechtspraak valt af te leiden dat een werkgever een werknemer niet zomaar kan verplichten vakantie te genieten. Een werknemer kan onder omstandigheden wel als slecht werknemer in strijd met de wet handelen door niet zijn minimum vakantiedagen op te nemen.


Opgebouwde vakantiedagen hebben geen onbeperkte geldigheidsduur. Ook op dit vlak is de wet ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 2012, Op grond van artikel 7:640 a BW vervallen minimum vakantiedagen die na 1 januari 2012 zijn opgebouwd na verloop van 6 maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven. Minimum vakantiedagen die in 2012 zijn ontstaan, vervallen dus met ingang van 1 juli 2013. Deze regel geldt, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen.


Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt artikel 7:642 BW. Dit artikel is niet gewijzigd. Volgens artikel 7:642 BW is het (beperkt) mogelijk om bovenwettelijke vakantiedagen te sparen. De rechtsvordering tot toekenning van bovenwettelijke vakantie verjaart na verloop van 5 jaar na de laatste dag van het jaar waarin de aanspraak is ontstaan. Bovenwettelijke vakantieaanspraken in de maand januari opgebouwd, verjaren derhalve na 5 jaar en 11 maanden.

Sinds 1 januari 2012 geldt dat de vakantiedagen die als eerste komen te vervallen, ook als eerste zullen worden genoten. Het nieuwe systeem betekent dan ook dat werkgevers een complexe administratie rondom vakantiedagen moeten bijhouden. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen:
• Oude dagen van voor 1 januari 2012, met een verjaringstermijn van 5 jaren.
• Minimum vakantiedagen van na 1 januari 2012 met een vervaltermijn van 6 maanden.
• Bovenwettelijke vakantiedagen van na 1 januari 2012 met een ver
jaringstermijn van 5 jaren.
• Minimum vakantiedagen van na 1 januari 2012 waarvoor is vastgesteld dat de werknemer ze redelijkerwijze niet heeft kunnen genieten. In dat geval geldt wederom een verjaringstermijn van 5 jaren.
 

7. Is het beding waarin staat dat je vakantiedagen niet mag oppotten rechtsgeldig?


Mag een werkgever van de bovengenoemde verjaringstermijn van 5 jaar of de vervaltermijn van 6 maanden afwijken door bijvoorbeeld met de werknemer overeenkomen dat de vakantiedagen zullen vervallen, indien ze niet voor het einde van het jaar waarin ze zijn opgebouwd, zijn opgenomen?


Het meest verdedigde standpunt is dat een dergelijk beding niet rechtsgeldig is, aangezien artikel 7:645 BW uitdrukkelijk bepaalt dat van artikelen 7:634- 643 BW niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken (dwingend recht). Het Hof in Amsterdam heeft in 1994 eens geoordeeld dat zo’n beding wel toelaatbaar zou zijn. Naar onze mening is dat standpunt niet houdbaar. Er moet dus worden uitgegaan van een mogelijkheid van opbouw gedurende 5 jaren en ten dele 6 maanden. Desalniettemin is het verstandig een bepaling in de arbeidsovereenkomst op te nemen dat van werknemers wordt verlangd dat ze hun vakantiedagen binnen een bepaalde gewenste periode opnemen, aangezien zo’n bepaling vermoedelijk sturende werking zal hebben.

 

8. Mogen vakantie- en of verlofdagen worden uitbetaald of worden verrekend?


Voor de beantwoording van deze vraag moet onderscheid worden gemaakt tussen uitbetaling of verrekening tijdens het dienstverband en bij het einde van het dienstverband.


Tijdens dienstverband (artikel 7:640 BW)


Hoofdregel is dat de werknemer gedurende het dienstverband geen afstand kan doen van vakantiedagen tegen schadevergoeding.


Voor het wettelijk minimum aantal vakantiedagen (20 bij een voltijd dienstverband) is geen afwijking van de hoofdregel mogelijk. Deze mogen dus niet tussentijds uitbetaald of verrekend worden (Het Hof van Justitie EU, heeft dit bevestigd in 2006). De bedoeling van de wetgever is immers dat de werknemer daadwerkelijk het minimum aantal dagen per jaar opneemt om uit te rusten. Hierdoor staat de wet niet toe dat de werkgever de minimum vakantieaanspraak afkoopt tegen een schadevergoeding of deze met het loon verrekent. Er zijn uitzonderingen bekend in rechtspraak voor dienstverbanden met een zeer beperkte arbeidsomvang.


Voor de bovenwettelijke vakantiedagen kan wel bij schriftelijke overeenkomst worden afgeweken van de hoofdregel. Deze dagen kunnen dus wel worden afgekocht tegen schadevergoeding. Dit geldt ook voor de gespaarde vakantiedagen van het jaar daarvoor, voor zover het bovenwettelijke vakantiedagen van dat jaar betreft.


Einde dienstverband (artikel 7:641 BW)


Wat tijdens de arbeidsovereenkomst (gedeeltelijk) niet mag, mag aan het einde van de arbeidsovereenkomst wel: het uitbetalen in geld van nog openstaande vakantiedagen. De werknemer kan er natuurlijk ook voor kiezen om ze nog voor de beëindigingsdatum op te nemen.

 

9. Wat gebeurt er als een werknemer tijdens zijn vakantie of verlof ziek wordt?


De hoofdregel uit de wet (artikel 7:637 lid 1 BW) is dat dagen waarop de werknemer ziek is tijdens zijn vakantie niet kunnen gelden als vakantiedagen. Als de werknemer ziek wordt tijdens zijn vakantie, dan geniet hij in beginsel niet langer vakantieverlof, maar ziekteverlof. De werknemer dient zich ziek te melden zodat hij zijn loon doorbetaald krijgt wegens ziekte en niet wegens vakantie.


Van de hoofdregel mag door partijen alleen bij schriftelijke overeenkomst uitdrukkelijk worden afgeweken en alleen voor wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen van dat betreffende jaar.

 

10.Kan de werkgever ziektedagen van een werknemer eenzijdig aanmerken als vakantiedagen?


Nee, eenzijdig niet. De werkgever kan wel in een voorkomend geval met de werknemer overeenkomen dat een ziektedag als vakantiedag wordt aangemerkt. Met dien verstande dat de werknemer ten minste recht houdt op het wettelijk minimum vakantiedagen, kortom: Alleen bovenwettelijke vakantiedagen kunnen worden verrekend (artikel 7:636 BW). “In een voorkomend geval” betekent dat bedoelde gebeurtenis zich voordoet of heeft voorgedaan.


Daarnaast kan de werkgever vooraf schriftelijk met de werknemer overeenkomen dat ziektedagen als vakantiedagen zullen worden aangemerkt. Ook hierbij geldt dat alleen de bovenwettelijke vakantiedagen voor verrekening in aanmerking komen (artikel 7:637 BW). In tegenstelling tot artikel 7:636 BW gaat het hier om de bovenwettelijke vakantiedagen van het betreffende jaar. Verrekening van gespaarde vakantiedagen is derhalve niet mogelijk.

 

Op de hoogte blijven?
Via de website van De Gier | Stam & Advocaten www.degierstam.nl zal periodiek een nieuwe digitale brochure verschijnen met “De 10 meest gestelde vragen over…’ Deze brochures zijn te downloaden via de pagina “Kenniscentrum”.
De volgende uitgave van “De 10 meest gestelde vragen over…” automatisch per mail ontvangen? Stuur dan een mail (een lege e-mail is voldoende) naar brochure@degierstam.nl.
Voor meer actuele informatie over arbeidsrecht: www.arbeidsrechtlog.nl

 

 


Bron

www.degierstam.nl



Aan items binnen HRnetwerk.nl kunnen geen enkele rechten worden ontleend. Gebruik is op eigen risico, HRnetwerk.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik. Niet bestemd voor commercieel gebruik.


Stuur door       Afdrukken       Toevoegen       Wijzigen

« Terug
Sociale Media
    
    
    
HR kennis - Zoek opties